Ziekte van Kienböck

KienbockWat is de ziekte van Kienböck?

Het is een aandoening van het os lunatum, het maanvormige botje in de pols. Waarbij er een probleem is met de bloedtoevoer naar het bot, waardoor het kan afsterven en slijtage kan veroorzaken.

Wat is de oorzaak van de ziekte van Kienböck?

De oorzaak is onbekend.

Wat zijn de symptomen?

Er zijn pijnklachten aan de buitenzijde van de pols. In een verder gevorderd stadium kan er een bewegingsbeperking ontstaan.

Diagnostiek:

In een vroeg stadium van de ziekte is een röntgenfoto meestal normaal en kan er met een MRI scan wel een diagnose worden gesteld. In latere stadia zie je vaak wel afwijkingen op de röntgen foto.

Behandeling:

De behandeling hangt af in welk stadium de ziekte wordt gediagnosticeerd. In een vroeg stadium kan worden bekeken of het creëren van extra bloedtoevoer naar het maanvormige bot zinvol is (zie gevasculariseerde botstransplantaat). Verder kan er gekozen worden voor een verkorting van het spaakbeen (de radius) om de druk op het maanvormige bot te verminderen.

Is er sprake van hoogte verlies van het maanvormige bot, is deze gebarsten of is er al (teveel) slijtage aan de andere botten, dan zijn er een aantal mogelijkheden.

Er kan besloten worden de eerste rij handwortelbeentjes weg te halen. Dit wordt een proximale rijcarpectomie genoemd. Het zieke maanvormige bot wordt weggehaald, samen met de twee aangrenzende botjes, te weten het os scaphoid en het os triquetrum.
Ook kan gekozen worden voor het vastzetten van de pols, of te wel een polsarthrodese. Een laatste mogelijkheid betreft het vervangen van het polsgewricht door een polsprothese.

Aanvullende informatie:

Indien er een operatie wordt verricht zal dat over het algemeen in dagbehandeling gebeuren. De operatie wordt uitgevoerd onder algehele narcose of regionale verdoving, waarbij alleen de arm verdoofd is. De operatie vindt plaats onder bloedleegte, dat wil zeggen dat er een strakke band om de bovenarm komt en er tijdelijk geen bloed naar de hand stroomt. Na afloop van de operatie heeft u een gipsspalk. De duur hiervan is afhankelijk van de uitgevoerde operatie.

Nabehandeling:

De nabehandeling hangt ook sterk af van de uitgevoerde operatie. In het algemeen heeft u een aantal weken gips, waarna gestart wordt met intensieve handtherapie. Een schema hiervoor wordt opgesteld door de handtherapeut.

Complicaties:

Na elke operatie kunnen complicaties optreden zoals een nabloeding of een wondinfectie, gelukkig komen die erg weinig voor en zijn ze goed te behandelen. Specifieke complicaties bij de behorende ingreep worden met u vooraf besproken.