Sportletsel van de pols

Sportletsel van de polsSportletsel van de hand en pols treedt veelvuldig op. Het zijn vaak specifieke klachten die verband houden met de aard van de sport. Een bergbeklimmer zal vaker klachten hebben van zijn vingers, een tennisser, judoka of golfer vaker aan de pols. In de meeste gevallen gaat het om klachten die acuut of geleidelijk kunnen zijn ontstaan. Bij een sportletsel gaat het ons om snelle diagnostiek en behandeling, zodat u weer snel uw sport kunt hervatten. Dat geldt voor professionele sporters als de amateurs.

Sportletsel van de hand en vingers

Mechanische problemen kunnen zich uiten in pijn, krachtsverlies en bewegingsbeperking rond de buig- en strekpezen van de vingers. Met name bij de peeskokeringang van de buigpezen in de handpalm kunnen pijnlijke ontstekingen ontstaan en lijden tot een beperking van de buiging van de vingers. Soms ontstaan “triggerfingers”, wanneer de vingers knappen bij het op en neer bewegen. Door te veel mechanische belasting kunnen de kleine hand- en vingergewrichten gevoelig raken en licht gaan zwellen. Ook dat lijdt tot een verminderde bewegingsmogelijkheid, wat beperkingen oplevert tijdens het sporten. Door overactiviteit kan het slijmvlies in de carpale tunnel zwellen en de zenuw in de tunnel onder druk zetten. Er ontstaat dan het carpale tunnel syndroom (zie aldaar), met tintelingen in de vingers en krachtsverlies in de hand. Door direct trauma komen breuken voor van vingers en middenhandsbeenderen, evenals ontwrichtingen van de kleine vingergewrichten. Vooral letsel, veroorzaakt door een bal op de gestrekte vinger zien wij veelvuldig. Er kunnen breuken ontstaan, maar ook ontwrichtingen met bandletsel. De vinger kan daardoor een abnormale stand aannemen (Boutonniere en zwanenhals-deformiteit en malletfinger). Dat kan op den duur leiden tot chronische instabiliteit. Dit moet worden voorkomen om latere artrose te voorkomen. Dat geldt ook voor de skiduim, overrekking van het gewrichtsbandje aan de basis van de duim doordat de duim is blijven haken achter bijvoorbeeld een skistok. Het lijdt tot een verminderd krachtige pincetgreep, wat lastig en pijnlijk is bij schrijven, sloten opendraaien maar ook tijdens het sporten bij het vasthouden van bijvoorbeeld een racket of golfclub. Ook hierbij is het belang van bandherstel groot om latere permanente schade aan het gewricht te voorkomen.

Sportletsel van de pols

De pols is de schakel tussen de hand en de onderarm. Het gewricht staat bloot aan grote krachten, vooral tijdens (top)sporten. Bij een val op de uitgestrekte hand of bij chronische intensieve krachtinspanningen bijvoorbeeld bij judo, tennis of turnen, kan een bandletsel ontstaan door geleidelijke rek of kleine scheurtjes. Er kan dan op den duur een instabiliteit van de handwortel ontstaan of van het gewricht tussen ellepijp en spaakbeen. Dat lijdt tot chronische pijnklachten bovenop de pols of aan de buiten(pink)zijde. Soms gaan de klachten gepaard met een plotselinge knap- of kliksensatie: alsof er iets in de pols “verspringt”. Er kan een zwelling zichtbaar zijn op de plaats van de meeste pijn. Bepaalde bewegingen zijn soms erg pijnlijk, bijvoorbeeld opdrukken en met kracht moeten draaien, zoals bij een topspin tennisslag of bij het golfen tijdens de impact van de bal. De klachten kunnen wisselen van intensiteit. Rust doet vaak goed, maar bij piekbelasting keren de klachten vaak weer terug.

Behandeling

Botbreuken
Is er ondanks de breuk een goede stand, dan volstaat gipsbehandeling. Is er echter kans op het afglijden of verplaatsen van de breuk, dan zullen wij voorstellen om de breuk te opereren. Dit kan met een eenvoudige pen, of door middel van een plaat en schroeven, afhankelijk van de aard van de breuk. Dat geldt ook voor alle breuken die teveel zijn verplaatst door het sporttrauma. Vanzelfsprekend worden alle behandelmogelijkheden met u doorgenomen. Met name kan al vroeg worden aangegeven wanneer u weer kunt sporten.

Bandletsel
Het acute band letsel, bijvoorbeeld door een ontwrichting van de vinger wordt vrijwel altijd met rust in een spalk behandeld. Meestal snel gevolgd door handtherapie. Een eenvoudig bandletsel vergt toch langere tijd genezing voordat u weer volop kunt trainen en sporten. Wij adviseren zes tot tien weken, voordat u de vinger weer volledig kunt belasten voor topsport. Pas dan is het bandje weer voldoende sterk. Dat geldt niet voor het acute bandletsel van de pols. De duur van genezing is vaak langer. Dit zal uitgebreid met u worden besproken. Ook de nabehandeling vergt meer tijd en begeleiding.

Soms is het beter het bandletsel operatief te behandelen. Dan volgt vaak een wat langere tijd van rust, al begint u vaak wel eerder met oefenen, echter onder begeleiding van de handtherapeut. Speciale protocollen hebben wij ontwikkeld voor de nabehandeling van elk afzonderlijk bandletsel.

Chronische instabiliteit
Veel sporters hebben al lang bestaande klachten van hun vingers, hand of pols. Soms al jaren. Door intensief onderzoek proberen wij de oorzaak te vinden. Daarvoor hebben we alle moderne onderzoeksmethoden tot onze beschikking en een ruime ervaring met de behandeling ervan. De goede behandelresultaat wordt vaak bereikt door intensieve en gerichte handtherapie. Soms is een operatie de beste optie. Wij zullen u hierover uitgebreid informeren en alle behandelmogelijkheden met u doornemen. Een team van deskundigen staat er voor u klaar.