Gevasculariseerde bottransplantaat

Gevasculariseerde bottransplantaatBot is levend weefsel. Dat betekend dat het doorbloed moet zijn. In bepaalde gevallen kan de bloedvoorziening naar het bot onvoldoende zijn. Dit kan gebeuren door  een trauma of spontaan optreden. Het veroorzaakt problemen met het in stand houden van de botstructuur. Bij het genezen van botbreuken moet het weefsel vitaal zijn, want anders vergroeien de botdelen niet met elkaar. Een doorbloeding stoornis kan spontaan optreden en dan ontstaat botafbraak en aantasting van de sterkte van het bot, zodat inwendige breuken kunnen ontstaan. Met een gevasculariseerd bottransplantaat, wordt bot aangevoerd wat nog aangesloten is met een bloedvat.

Wanneer wordt een gevasculariseerde bottransplantatie van de pols gedaan?

Bij een pseudartrose, niet genezende botbreuken van een handwortelbotje. Meestal betreft het een breuk van het os scafoid. Vooral bij rokers bestaat de kans dat genezing uitblijft, ondanks langdurige gipsbehandeling. Als dat het geval is, dan wordt een stukje bot  genomen uit het spaakbeen, wat nog vastzit aan een bloedvaatje en gelegd in het breukgebied. Dat zorgt voor extra doorbloeding en verhoogd de kans op genezing.

Bij een osteomalacie of osteonecrose, dit is een spontane doorbloedingsstoornis van handwortelbotjes. Vooral het os lunatum (Kienbock) is op deze wijze aangedaan. Als rust en andere operaties niet hebben geholpen om het botje weer beter van bloed te voorzien, dan kan een gevasculariseerd bot-tranplantaat worden ingebracht. Ook hierbij wordt het stukje bot genomen uit het spaakbeen.

Hoe verloopt de operatie?

In vrijwel alle gevallen vindt de operatie plaats in dagverpleging. Meestal wordt het bot genomen uit de bovenkant van het spaakbeen, maar ook van de onderzijde is mogelijk. Nadat het is ingebracht in het niet goed doorbloedde bot, moet het gedurende langere tijd ingroeien. De pols moet gedurende 8 tot 12 weken rust krijgen in een gipsspalk. Aan het einde van de periode wordt een CT-scan verricht om vast te stellen dat het botweefsel weer in goede conditie verkeert en het botweefsel is vergroeid. Aansluitend volgt een periode van handtherapie om de pols zo snel mogelijk weer te laten functioneren op het oude niveau.

Ruim vier weken vóór de operatie en gedurende de genezingsperiode dient u niet te roken! Roken heeft een bewezen negatieve uitkomst op het resultaat.

Complicaties

Zoals bij elke operatie bestaat er een kleine kans op infectie en nabloeding. Het kan zijn dat het bottransplantaat toch niet goed wil ingroeien. Die kans op slagen van de operatie is afhankelijk van indicatie, leeftijd en algemene gezondheidstoestand (afhankelijk van het eventuele rookgedrag), rond de 60 tot 80%. Na de operatie kan er tijdelijk een verminderd of veranderd gevoel bestaan over de handrug. Dit geeft echter vrijwel nooit aanleiding tot permanente klachten.