Duimbasis artrose

Duimbasis arthrose

Wat is duimbasis artrose?

In normale gewrichten zijn de uiteinden van de botten geheel bedekt met kraakbeen, waardoor deze soepel en pijnloos langs elkaar bewegen. Bij artrose slijt de kraakbeenlaag, waardoor de botten direct met elkaar in contact komen. Het duimbasisgewricht is een zadelvormig gewricht dat wordt gevormd door een handwortelbotje en het middenhandsbeen van de duim. De speciale vorm van dit gewricht zorgt voor de grote bewegingsvrijheid van de duim en de mogelijkheid samen met de vingers een knijpbeweging te maken.

Bij wie ontwikkelt zich duimbasis artrose?

Duimbasis artrose komt vooral voor bij vrouwen, meestal na het veertigste levensjaar. De oorzaak van deze vorm van artrose is bijna altijd onbekend. Eerder opgelopen verwondingen aan het gewricht, zoals een breuk of een ernstige verstuiking, en hypermobiliteit van het gewricht kunnen de kans op het ontstaan van deze vorm van artrose op jongere leeftijd vergroten.

Wat zijn de symptomen?

Het meest voorkomende symptoom van duimbasis artrose is een diepe, zeurende pijn aan de basis van de duim, meestal in de duimmuis, soms ook meer aan de handrugzijde gelegen. De pijn verergert vaak bij activiteiten waarbij een knijpbeweging wordt gemaakt, zoals potten opendraaien, deurknoppen of sleutels draaien en schrijven. Naarmate de artrose vordert, kunnen patiënten ook in rust en ‘s nachts pijn hebben en een verlies aan knijpkracht en vuistgreep ervaren. In ernstige gevallen is er sprake van toenemende gewrichtsmisvorming en ontwrichting, waarbij een duidelijke zwelling te zien is rond de basis van de duim. Het bewegen van de duim wordt dan beperkt en de ruimte tussen de duim en de wijsvinger wordt kleiner, waardoor het moeilijk is om een spreidbeweging te maken. Het gewricht boven het aangetaste gewricht kan ter compensatie gaan overstrekken.

Diagnostiek

Hoe de duim eruit ziet en de locatie van de pijn geven doorgaans al een goed inzicht van deze aandoening. Druk op de duimmuis ter hoogte van het gewricht is bijna altijd pijnlijk evenals draaiing en asdruk (over de lengte) op het duimbasisgewricht. Vrijwel altijd wordt er een röntgenfoto gemaakt. Hoewel röntgenfoto’s de diagnose kunnen bevestigen, is er niet altijd een directe samenhang tussen de ernst van de klachten en het beeld van het gewricht op de röntgenfoto.

Behandeling

Milde artrose van de duim kan vaak zonder operatie worden behandeld. De pijn kan worden verlicht door pijnstillers, speciaal aangemeten kunststof spalken en het beperkt inspuiten van corticosteroïden injecties. Onze handtherapeuten kunnen verscheidene statische en flexibele spalken op maat maken om de duim tijdens activiteiten te ondersteunen.

Patiënten met vergevorderde artrose of patiënten die niet reageren op de niet-operatieve behandeling kunnen in aanmerking komen voor een operatieve reconstructie. Er bestaan verschillende operatietechnieken die de pijn verminderen of wegnemen.

Onze voorkeur gaat uit naar een operatie waarbij een gedeelte van het aangedane gewricht wordt verwijderd, de ontstane holte vult zich met een bloeduitstorting en verlittekend.

De operatie

Deze ingreep vindt meestal poliklinisch plaats, onder een regionale verdoving. De handchirurg verwijdert een deel van het aangedane gewricht door een kleine snee of door middel van een kijkoperatie. De operatie vindt plaats onder bloedleegte wat wil zeggen dat er een strakke band om de bovenarm komt en er tijdelijk geen bloed naar de hand stroomt. Na afloop van de operatie krijgt u een gipsspalk.

Nabehandeling:

U krijgt na de operatie, gedurende twee weken een gipsspalk, hetgeen een sterke belemmering vormt voor de handfunctie. Na het verwijderen eventuele hechtingen volgt nog een periode van vier weken in een kleine handschoen van kunststof. Onder begeleiding van onze handtherapeut kunt u hierna direct beginnen met actieve oefentherapie. Meestal duurt het nog enige weken tot maanden voor de pijn geheel is verdwenen en de kracht in de duim is terug gekeerd.

Complicaties:

Na elke operatie kunnen complicaties optreden zoals een nabloeding of een wondinfectie, gelukkig komen die erg weinig voor en zijn ze goed te behandelen. In een enkel geval kan het voorkomen dat er te weinig aangedaan bot is weg gehaald en kan een eventuele nieuwe operatie worden overwogen.