Bandletsel van de pols (pols instabiliteit)

Bandletsel van de pols (pols instabiliteit)Het polsgewricht is een uiterst gecompliceerd gewricht. Het is opgebouwd uit twee botten van de onder arm: spaakbeen (radius) en ellepijp (ulna) met 6 handwortel botjes. Al deze afzonderlijke botten moeten ten opzichte van elkaar kunnen bewegen maar ook ten opzichte van elkaar zijn gestabiliseerd. Daarvoor worden ze bijeengehouden met strakke bandjes (ligamenten). Als alle banden intact zijn is het gewricht stabiel. Wanneer de banden kapot zijn, is er sprake van een instabiliteit. Dit veroorzaakt vroeg of laat klachten.

Het meest voorkomende bandletsel zit tussen het scafoid en lunatum. Dit wordt een S-L dissociatie genoemd. Ook tussen lunatum en triquetrum ( L-T letsel) worden vaak band scheuren  waargenomen.

Oorzaken van bandletsel

Door een val of een ander trauma van de pols, kunnen de bandjes die de botten van de handwortel bij elkaar houden af- of doorscheuren. Ook bij breuken van de pols ontstaat nogal eens letsel van de banden. Er ontstaat dan een instabiliteit van de pols, die klachten en beperkingen kunnen veroorzaken.

Symptomen

Patiënten komen bij ons op het spreekuur met klachten van pijn, bewegingsbeperking en krachtsverlies. Vaak heeft de patiënt het gevoel alsof hij er doorheen zakt, net als bij een verzwikte enkel. Soms ervaart hij een acuut gevoel alsof er iets verspringt in de pols. Een lang bestaande instabiliteit leidt tot artrose met toenemende pijn en functie verlies.

Diagnostiek

Bij het lichamelijk onderzoek kunnen bepaalde testen al een goed inzicht geven in de (in-)stabiliteit van de pols. Bij verdenking op een bandletsel, wordt altijd röntgenonderzoek verricht, van beide polsen. De foto’s kunnen dan met elkaar worden vergeleken. Op de spreekkamer wordt aanvullend bewegingsonderzoek onder röntgendoorlichting verricht. Soms is een CT-scan of MRI noodzakelijk voor verdere diagnostiek. Vrijwel altijd wordt een kijkoperatie verricht om de uitgebreidheid van het letsel vast te stellen en artrose in het gewricht uit te sluiten. Op basis van al deze gegevens, wordt een behandelplan met u besproken.

Behandeling

Als het letsel binnen 6 weken wordt ontdekt kunnen de banden worden gehecht. Nadien is dat niet meer mogelijk en wordt de stabiliteit van het gewricht hersteld met een stukje pees wat meestal genomen wordt uit de onderarm. Via boorgaatjes wordt de pees gebracht op de plaats van het beschadigde bandje. Meestal ontstaat een litteken aan de boven- en onderzijde van de pols.

De operatie

De operatie vindt meestal plaats in dagverpleging en wordt gevolgd door een gipsperiode van 6 weken. In die tijd kunt u alleen de vingers bewegen. Na ongeveer 6 weken wordt het gips afgenomen en kan worden begonnen met oefenen van de pols onder begeleiding van de handtherapeut. Pas 10 tot 12 weken na de operatie kan de pols weer volledig worden belast. Dat is belangrijk te weten, ook in het belang van uw werk. De pols is meestal nog lang gevoelig en meestal zijn onze patiënten pas na een half jaar echt tevreden, wanneer ze hun pols weer vrijwel normaal kunnen gebruiken.

Aanvullende informatie

Letsel van de pols bandjes moet in een vroeg stadium worden opgemerkt om problemen voor later (artrose) te voorkomen. Het kan zijn dat er tijdens de operatie zo veel kraakbeen slijtage wordt waargenomen dat het herstellen van het band letsel geen oplossing meer is. Er wordt dan gekozen voor een andere oplossing. Dit is al tijdens de eerdere polikliniek bezoeken met u besproken.

Complicaties

Bij elke operatie kan een bloeding of infectie optreden. De kans hierop is echter zeer klein. Soms houdt de patiënt langere tijd pijn. Daarvoor hoeven geen speciale maatregelen te worden getroffen. Uiteindelijk zal de pijn verminderen. Er bestaat een kleine kans dat de instabiliteit weer terugkomt. Gelukkig zien wij dat zelden.