Vinger uit de kom

Vinger uit de komWat is een vinger uit de kom?

Dit is een ontwrichting van een van de gerichten van de vingers, ook wel luxatie genoemd.

Wat is de oorzaak?

Het kan ontstaat na een direct trauma op de vinger of wanneer een bal met kracht op een gestrekte vinger komt. Daarnaast kan het opvangen van een val met de vingers, of een plotselinge ruk aan een van de vingers de vinger uit de kom trekken.

Symptomen:

Standsafwijking van de vinger ter hoogte van een gewrichtje. Zwelling en bloeduitstorting van de vinger op de plaats waar de ontwrichting zit. Pijn in de vinger in rust en bij buigen of strekken van de vinger. Soms is er een onmogelijkheid tot buigen of strekken van de vinger

Diagnostiek:

Tijdens lichamelijk onderzoek wordt geconstateerd dat er sprake is van een vinger uit de kom. Meestal wordt er een röntgen foto gemaakt om te bepalen of er een een botfragment aanwezig is. Als de vinger nog uit de kom staat wordt deze weer op de plaats gezet. In de meeste gevallen is er geen verkeerde stand meer aanwezig. Tijdens een lichamelijk wordt de stabiliteit van het gewricht getest.

Behandeling:

Indien de gewrichtsbanden zijn verstuikt of gedeeltelijk zijn afgescheurd, wordt de vinger gespalkt gedurende 4 weken met een ‘buddy tape’. De verwonde vinger wordt dan vastgetaped aan een naastgelegen goede vinger. Daardoor beweegt de verwonde vinger mee met de handbewegingen. Tijdens de periode met buddy tape moet de gewrichtsband herstellen.

Wanneer de gewrichtbanden volledig zijn afgescheurd en er sprake is van een instabiliteit wordt er samen met de handtherapeut een behandeling ingesteld en krijgt u een spalk aangemeten. De spalk behandelijk duurt gemiddeld zes weken.

Als de gewrichtsbanden te ernstig beschadigd zijn of de spalktherapie niet voldoende heeft geholpen kan er gekozen worden voor een operatieve behandeling. Hierbij wordt de gewrichtsband weer hersteld.

Aanvullende informatie:

De operatie wordt verricht onder een plaatselijke verdoving en onder bloedleegte, wat wil zeggen dat er een strakke band om de bovenarm komt en er tijdelijk geen bloed naar de hand stroomt. Na afloop van de operatie krijgt u een gipsspalk.

Nabehandeling:

De nabehandeling is afhankelijk van de plaats waar de gewrichtsband is gescheurd en de uitgevoerde operatie. Indien de vinger niet oefenstabiel is, zal u gedurende zes weken een spalk dragen. Direct daarna start u met oefeningen begeleid door de handtherapeut. Als de vinger wel oefenstabiel is, dan zal er een spalk gemaakt worden door de handtherapeut, die precies de juiste hoeveelheid beweging toe zal staan. Over het algemeen zal deze periode ook zes weken bedragen.

Complicaties:

Na elke operatie kunnen complicaties optreden zoals een nabloeding of een wondinfectie, gelukkig komen die erg weinig voor en zijn ze goed te behandelen.
Ondanks intensieve (hand)therapie kan er een verminderde beweeglijkheid van de vinger ontstaan, zowel bij de niet operatieve als de operatieve behandeling.