Knappende vinger of duim (Trigger vinger)

triggerfingerWat is een knappende vinger?

Een knappende vinger of duim is één van de meest voorkomende handaandoeningen. Het is geen ernstige, maar wel hinderlijke afwijking. In de vingers lopen strek- en buigpezen die er voor zorgen dat de vingers kunnen strekken en buigen. De buigpezen lopen bij de vingers door een koker. Bij een knappende vinger is er meestal een lichte ontstekingsreactie van de peeskoker waardoor deze vernauwd is. De buigpees wordt door deze vernauwing verbreed tot een knobbel. U kunt het vergelijken met een draad die door een te nauw oog van een naald wordt getrokken. Het passeren van de ingang van de peeskoker met deze peesknobbel bij strekken van de vinger veroorzaakt het pijnlijk “knappen”. Bij langer bestaande klachten kan de vinger of duim ook in gebogen stand blijven staan.

Wat zijn de oorzaken?

De oorzaak is doorgaans onbekend. Hormonale factoren kunnen een rol spelen. Het is aangetoond dat patiënten met suikerziekte (diabetes mellitus) en reumapatiënten meer kans hebben op een knappende vinger.

Behandeling:

Injectie
Bij kort bestaande milde klachten kan een injectie met cortison (ontstekingsremmer) klachtenvermindering geven. Wel moet u er rekening mee houden dat de vinger/duim na de injectie een korte tijd gevoelloos kan zijn en de pijnklachten zeker één à twee dagen versterkt aanwezig kunnen zijn. U kunt binnen 2 weken na de injectie effect verwachten.

Operatie
Bij langer bestaande klachten wordt meestal voor een operatie gekozen, hierbij wordt het begin van de peeskoker gekliefd. De poliklinische operatie wordt uitgevoerd onder plaatselijke verdoving.

Aanvullende informatie:

Voor de operatie moeten de bloedverdunnende middelen via de trombosedienst worden gestaakt, dit doet u alleen in overleg met de arts. De operatie is poliklinisch en duurt meestal niet langer dan 15 minuten. U wordt geopereerd onder bloedleegte, wat wil zeggen dat er een strakke band om de bovenarm komt en er tijdelijk geen bloed naar de hand stroomt. U krijgt na de operatie een drukverband om de hand. De hand en arm worden gesteund in een draagdoek, wij adviseren deze de 1e dag te dragen. Na enkele uren is de verdoving uitgewerkt, u kunt eventuele pijn bestrijden met paracetamol.

Nabehandeling:

Al direct vanaf het moment van operatie wordt u aangeraden om de geopereerde vinger te gaan bewegen; door te buigen en te strekken. Het verband mag u na 4 dagen zelf verwijderen. De hand kunt u vanaf de operatie geleidelijk aan weer toenemend gaan gebruiken. De hechtingen worden 9-12 dagen na de operatie verwijderd.

Complicaties:

Na elke operatie kunnen complicaties optreden zoals een nabloeding of een wondinfectie, gelukkig komen die erg weinig voor en zijn ze goed te behandelen.