Dupuytren

DupuytrenWat is Dupuytren?

De contractuur van Dupuytren genoemd naar de Franse baron Dupuytren, is een abnormale verdikking van de fascia palmaris (het bindweefsel vlak onder de huid in de handpalm). Vaak begint de aandoening met harde knobbels (noduli) in de handpalm. Bij sommige patiënten ontstaan harde strengen onder de huid en deze kunnen van de palm tot aan de vingers lopen. Na verloop van tijd kunnen deze strengen gaan samentrekken, waardoor de vingers naar de palm toe buigen. Hoewel de huid betrokken kan raken bij het proces, blijven de dieper liggende structuren, zoals de pezen onaangetast. Soms veroorzaakt de Dupuytren ook verdikkingen bovenop de knokkels (knucklepads) of noduli en strengen aan de onderzijde van de voet (fibromatosis plantaris).

Wat zijn de oorzaken?

De oorzaak van de contractuur van Dupuytren is onbekend. Er bestaat wel een sterke familiaire aanleg. Het probleem komt het meest voor bij mannen ouder dan 40 en mensen van Noord-Europese afkomst. Er is geen bewijs dat de kans op een contractuur van Dupuytren vergroot wordt door handletsel of specifieke beroepsmatige handelingen.

Wat zijn de symptomen?

Een van de eerste symptomen is gewoonlijk een knobbeltje (nodule) of een serie knobbeltjes en huidintrekkingen in de handpalm. De knobbeltjes zijn doorgaans hard en zitten vast aan de huid. Na verloop van tijd kan er een streng ontstaan die van de palm tot in een of meerdere vingers (doorgaans de ringvinger en pink) reikt. Deze strengen kunnen worden aangezien voor pezen, maar liggen in feite tussen de huid en de pezen in. In veel gevallen zijn beide handen aangetast, hoewel de ernst kan verschillen.

De eerste noduli kunnen pijn veroorzaken die meestal verdwijnt, maar in het algemeen gaat de contractuur van Dupuytren niet met pijn gepaard. De aandoening wordt soms opgemerkt doordat het moeilijk is de hand plat op een vlak oppervlak zoals een tafelblad te leggen. Doordat de vingers naar de handpalm worden getrokken, kan het steeds moeilijker worden om handelingen uit te voeren zoals wassen, handschoenen aantrekken, handen schudden en de hand in de zak steken. De snelheid waarmee de vingers krom groeien is onvoorspelbaar: soms blijft het bij kleine knobbels of strengen terwijl anderen ernstig gekromde vingers krijgen. Ernstiger vormen van Dupuytren komen voor bij patiënten, die de aandoening al op jonge leeftijd krijgen en waar de aandoening op meerdere plaatsen optreedt.

Behandeling

De aandoening is niet te genezen maar de gevolgen ervan zijn vaak wel te behandelen. In geval van noduli en strengen die niet zijn samengetrokken, is behandeling niet noodzakelijk, tenzij de noduli drukpijnlijk zijn en de normale handfunctie daardoor nadelig wordt beïnvloed. De functie van patiënten met (vergevorderde) contracturen kan verbeteren door een operatie. Er zijn verschillende chirurgische technieken om de positie van de vinger te corrigeren. De handchirurg bespreekt met met u de beste operatie. In de meeste gevallen wordt u poliklinisch behandeld onder een plaatselijke of regionale verdoving.

Het doel van de operatie is de vingers weer te kunnen strekken en de functie van de hand te verbeteren. De symptomen van de ziekte kunnen ondanks de operatie terugkeren en de vingers kunnen weer naar de palm buigen. Uw handchirurg bespreekt, voorafgaand aan de operatie, met u welke doelen en resultaten haalbaar zijn. Correctie van de vingerpositie wordt het best bereikt bij lichte contracturen en contracturen bij de basis van de vinger en in de handpalm. Soms is volledige correctie onmogelijk, vooral bij ernstige en langer bestaande contracturen van de midden- en eindkootjes. Soms is een huidtransplantatie nodig om open wonden op de vinger te bedekken als er onvoldoende (gezonde) huid is. De zenuwen die gevoel geven aan de vingertoppen zijn vaak vergroeid met de strengen. Bij de operatie kan de zenuw tijdelijk verminderd functioneren, wat een veranderd gevoel van de vinger tot gevolg heeft. In zeer ernstige gevallen kan het gevoel blijvend verminderd of zelfs afwezig zijn.

Aanvullende informatie:

Voor de operatie moeten de bloedverdunnende middelen via de trombosedienst worden gestaakt, dit doet u alleen in overleg met de arts. Tijdens de operatie wordt een band om de bovenarm opgeblazen, waardoor de bloedsomloop in de arm wordt tegengehouden. Na de operatie wordt een drukverband aangelegd en de hand en arm gesteund in een mitella.

Nabehandeling:

Ongeveer 5 dagen na de operatie komt u terug voor wondcontrole, het verband wordt dan verwijderd en u krijgt een kousje om de hand. Na 10-12 dagen worden de hechtingen verwijderd. Meestal kunt u de hand weer normaal gebruiken na twee tot drie weken. Een aantal patiënten hebben na de operatie een spalk en handtherapie nodig om de strekking van de vingers te behouden en de functie van de vinger te verbeteren, u wordt dan doorverwezen naar een van onze handtherapeuten in ons centrum.

Complicaties:

Na elke operatie kunnen complicaties optreden zoals een nabloeding of een wondinfectie, gelukkig komen die erg weinig voor en zijn ze goed te behandelen.