Cubitale tunnel syndroom / ulnaropathie

Cubitale tunnel syndroomWat is het cubitale tunnel syndroom?

Het is een zenuwbeknelling van de ulnaris zenuw aan de binnen-achterzijde van de elleboog.

Symptomen:

Meestal is er sprake van pijn rond de elleboog en eventueel de onderarm, de pijn kan uitstralen naar de ringvinger en pink. Het kan ook een doof gevoel geven in deze vingers. Vaak is sprake van een verminderde kracht in de hand omdat de kleine handspieren zwakker worden.

Diagnostiek:

Tijdens lichamelijk onderzoek kan de diagnose gesteld worden. Aanvullend wordt er een electro myogram (EMG) gemaakt, waarbij de zenuwgeleiding wordt gemeten door de neurofysioloog.

Behandeling:

In sommige gevallen kan in eerste instantie kan de gekozen worden voor een niet operatieve behandeling. Leefstijl adviezen, rust en een nachtspalk kunnen de klachten laten verdwijnen. Indien de klachten hierop niet reageren, kan een operatieve behandeling worden verricht. Indien er sprake is van een ernstige beknelling wordt direct voor een operatieve behandeling gekozen. Hierbij wordt de zenuw ter plaatse van de elleboog vrijgemaakt.

Aanvullende informatie:

De operatie wordt verricht via een zogenaamde open procedure onder plaatselijke verdoving of via een kijkoperatie onder regionale verdoving. In het laatste geval is de gehele arm verdoofd. De handchirurg zal met u de beste optie bespreken. De operatie vindt plaats onder bloedleegte, dat wil zeggen dat er een strakke band om de bovenarm komt en er tijdelijk geen bloed naar de hand stroomt. Na afloop van de operatie heeft u een drukverband gedurende een week. De hechtingen worden na ongeveer 12 dagen verwijderd.

Nabehandeling:

In de meeste gevallen is er geen specifieke nabehandeling nodig. Indien de handfunctie verminderd is na de operatie, kan er aanvullend handtherapie worden voorgeschreven.

Complicaties:

Na elke operatie kunnen complicaties optreden zoals een nabloeding of een wondinfectie, gelukkig komen die erg weinig voor en zijn ze goed te behandelen.