Botbreuken

BotbreukenBreuk in de hand

Een breuk in de hand of pols ook wel een fractuur genoemd is een onderbreking van de continuïteit van het bot in de hand of pols.

Wat is de oorzaak?

De oorzaken van botbreuken zijn onder te verdelen in twee grote categorieën. Enerzijds de fracturen ten gevolge van grote externe krachten, bijvoorbeeld door een ongeval, die op het bot uitgeoefend worden en waartegen het bot niet bestand is. Dit is een acute fractuur. Daarnaast bestaan ook fracturen die chronisch van aard zijn en veroorzaakt worden door herhaalde belasting van het desbetreffende bot. Deze stressfracturen komen vaak voor bij sporters. Anderzijds kan er een pathologie van het bot aanwezig zijn (bijvoorbeeld bij osteoporose of botmetastase), waardoor het bot zo broos wordt dat het breekt onder invloed van normale krachten zoals wandelen of rechtopstaan (pathologische fractuur). Een barst wordt technisch gezien als een breuk.

Symptomen:

Het belangrijkste symptoom van een fractuur is pijn. Daarnaast is er meestal een bewegingsbeperking door de zwelling, de pijnklachten en de breuk zelf. Eventueel kan er een scheefstand zijn van de vinger.

Diagnostiek:

Over het algemeen wordt er na het lichamelijk onderzoek een röntgen foto gemaakt om de breuk in beeld te brengen, bij erg gecompliceerde fracturen kan er besloten worden een CT scan te maken.

Behandeling:

Niet elke breuk hoeft geopereerd te worden. Als de botstukken netjes op elkaar staan, kan er behandeld worden met gips. De duur van de gipsbehandeling is over het algemeen vier tot zes weken.
Echter de vingers zijn erg gevoelig voor stijfheid en dus zal er snel voor worden gekozen om de breuk te stabiliseren met behulp van een schroefje of een plaatje, waarna de vinger vrijwel direct geoefend kan worden.

Aanvullende informatie:

De operatie kan ofwel onder plaatselijke of onder regionale verdoving plaatsvinden. In het laatste geval is de gehele arm verdoofd. De operatie vindt plaats onder bloedleegte, wat wil zeggen dat er een strakke band om de bovenarm komt en er tijdelijk geen bloed naar de hand stroomt. Na afloop van de operatie heeft u een gipsspalk.

Nabehandeling:

Deze is afhankelijk van de keuze van behandeling. Indien er is gekozen voor een gips behandeling, dan zal er na afloop worden gestart met het bewegen van de hand samen met een handtherapeut. Geleidelijk zal de bewegelijkheid worden opgevoerd en ook de kracht.
Indien u bent geopereerd zal er een individueel oefenprogramma worden opgesteld samen met uw handtherapeut en handchirurg.

Complicaties:

Na elke operatie kunnen complicaties optreden zoals een nabloeding of een wondinfectie, gelukkig komen die erg weinig voor en zijn ze goed te behandelen.

Er bestaat altijd de kans dat het bot niet vastgroeit. Verder is er ondanks intensieve nazorg een kans dat de vingers en of hand minder zal kunnen bewegen.